Mr.Bean eindelijk uit de zandbak

De woestijn is indrukwekkend maar het berggebied in Oman met zijn dramatische canyons, wadi’s, eeuwenoude lemen bergdorpjes en “deadliest roads” is misschien nog wel mooier/bijzonderder.

Voordat we daar zijn gingen we eerst nog naar Sur. Ik had al verteld dat we per ongeluk in een 5daagse vakantie terecht waren gekomen. Normaal bespreken we niets en kijken we gewoon naar een leuk hotelletje als we ergens zijn. I.v.m. die vakantie keek ik nu de dag van tevoren even op de expedia’s voor een hotelletje in Sur…helemaal niets meer. Uiteindelijk vond Belinda nog 1 kamer op booking.com in het onvolprezen Al Afaih Cornische Hotel&Appartments. Ik kreeg al wat kabbelend kontwater van het feit dat er op booking.com verder niets te vinden was, terwijl de lokatie bijzonder goed leek aan de corniche en strand.

Het feit dat in de buurt van het hotel de geiten op de auto’s liepen en de meeste huizen ingestort waren hielp mijn kontwater niet kalmeren. Toen we binnenliepen kwamen we in een tafereeltje terecht van een Pakistaan achter de balie die een hooglopende discussie had met wat andere potentiële gasten die een reservering zeiden te hebben…maar Piet-Paki had geen kamer meer. Ik bleef er rustig maar hinderlijk aanwezig bij staan. Uiteindelijk stelde Piet mij de vraag wat ik kwam doen. “Ik heb een reservering”…ik zag zijn broek afzakken…

Het was inmiddels duidelijk dat het boekingssysteem van dit tophotel niet helemaal klopte en Piet dicht bij een zelfmoordpoging zat. Lang verhaal kort kregen we een kamer waarvan ik sterk het vermoeden had dat het de personeelskamer was. Het enige positieve dat erover te melden was is dat hij heel groot en redelijk schoon was met idioot veel bedden. In de eveneens heel grote badkamer zat geen enkele scheiding tussen wastafel, douche en wc. Wel was alles volledig verkalkt wat als interessant effect had dat wanneer je de douche aanzette de volledige badkamer nat was. De volgende ochtend bleek dat Piet inmiddels achter de balie sliep op een matrasje…

We hadden gepland 3 dagen in Sur en omgeving te blijven. Dat hebben we direct maar terug gebracht naar 2 dagen. Sur is overigens een leuk plaatsje aan een lagune. Hier worden nog steeds de Dhows gebouwd op traditionele wijze, mooi om te zien.

Vanaf hier zijn we naar Wadi Shab (zie vorige episode) geweest en naar Raz-al-Jinz. Daar zijn de beroemde Turtle-beaches. De grote waterschildpadden leggen op deze stranden hun eieren en dat trekt drommen toeristen…gemiddeld van een leeftijd die zelf geen eieren meer leggen.

Aangezien die eigenwijze beesten het verrekken om dat op een christelijk uur te doen – zal wel iets met islamitische klok te maken hebben – moet je daar dus of ’s avonds laat zijn of ’s nachts om een uur of 4. Wij gingen voor de avondsessie en waren veel te vroeg in het researchcenter/resort. Dat had de lokale bevolking er niet van weerhouden om alvast met idioot veel gezinnen de lobby te bezetten…erg fijn.

Nu wil het geval dat wij er net op een avond waren dat er een stormachtige wind op de kust stond…en dit is al Turtle-laagseizoen (voor Turtles moet je er in Juli zijn…als je er geen bezwaar tegen hebt vervolgens te overlijden van de hitte). Het spektakel zou om 8:30 aanvangen, maar toen kwam de mededeling dat de Rangers nog helemaal geen Turtles hadden gespot. Gelukkig zaten wij net gezellig te kletsen met een ander NL echtpaar die ook op eigen houtje rondtrokken…maar om 10:30 hebben we de pijp maar aan Maarten gegeven toen er nog maar 1 Stoffel was gespot en het onduidelijk was of die überhaupt iets productiefs ging doen.

Het hoogtepunt van de avond kwam echter nog toen we op de kustweg ineens iedereen zagen stoppen en sommigen omkeren. Het bleek dat de storm de golven over de weg spoelde die nu onder water stond…en het was onduidelijk hoe diep het was. Gelukkig was er een moedige Hilux rijder die er doorheen ging rijden…wij erachteraan…en dat ging goed terwijl de golven tegen de Pajero sloegen…had ik al gezegd: Mr.Bean3.

Als adspirant alcoholisten zijn we in dit land continue op zoek naar mogelijkheden om een biertje of wijntje te kunnen drinken. Dat is in Oman legaal in uitspanningen met een vergunning…en die zijn er niet zoveel. In het Sur Beach Hotel zou een licensed-bar moeten zitten. Wij lopen het restaurant in en vragen naar de bar…loopt u maar even mee…de man loopt naar de nooduitgang en doet de deur open… Ineens staan we in een kleine soort van huiskamer vol met “jurken”. Ondanks deze kleding alleen maar mannen die heftig aan het innemen zijn. In de hoek een glazen hokje waarop “No Smoking” staat. Briljant! een hokje voor als je niet tegen de rook kan. Je kan best zeggen dat wij en vooral Belinda, nogal opvallen… Maar ja, als je er dan toch bent. Ik loop naar de bar om wat te bestellen.

Ondertussen wordt Belinda gewenkt door een oude man in de hoek om bij hem te komen zitten. Hij blijkt een echte Sheik te zijn. Naast hem zit zijn lijfwacht die dat al 30 jaar is. Andere barbezoekers lijken zwaar onder de indruk dat wij bij de Sheik aan tafel mogen zitten. De Sheik zelf is een erg leuke/ondeugende man en spreekt 2 woorden Engels…maar thuis heeft hij Whiskey en kunnen we komen eten en slapen…het klinkt bijna aanlokkelijk gezien de kwaliteit van ons hotel. Intussen probeert hij ons dronken te voeren en Belinda aan te klatsen…ik ben benieuwd hoeveel kamelen er geboden gaan worden…

20171203_152925164_iOS

De volgende ochtend konden we het hotel-from-hell verlaten om via de Wadi bani Khalid naar het Desert camp te rijden. Deze Wadi is zeker zo mooi als de Wadi Shab maar veel meer gecultiveerd…minder echt.

We klunen hier met een jong Duits stel en een Zwitser naar een grot. Daarvoor zitten 2 Arabische jochies die goede business doen met toeristen door de grot gidsen. De Duitse wil er graag in, wij ook. Duitse hubbie ziet het niet zo zitten en de Zwitser komt heel voorspelbaar met het verhaal dat hij zu hause alles besser heeft en al enorm veel grotten heeft bekeken, dus deze niet in hoeft. Ik vraag me in stilte af of er ook leuke Zwitsers bestaan?

De grot stelt niet zoveel voor. Wel bijzonder dat de rivier er doorheen loopt en het er reteheet is…iets dat de vleermuizen prima lijken te vinden. To the Bat Cave!

Later raken we aan de praat met een Arabische jongedame volledig in het zwart die graag wil weten wat we allemaal in Oman doen en of we nog naar Al Hamra gaan. Zij werkt daar in het Safah house en nodigt ons uit voor een bezoek. Leuk, gaan we zeker heen.

Dan naar Al Wasit, een onooglijk plaatsje langs highway 23 waar we opgepikt gaan worden door de gids van het Nomadic Desert Camp (zei deel 1 van deze trilogie). We zijn daar wat vroeg en zitten nog even buiten bij een tankstation/restaurantje een Nescafe te drinken. Net als in Turkije vinden ze dat hier koffie. Daar valt nogmaals op hoe Omani-Tokkies – die hebben ze hier ook en rijden altijd in een Lexus LS, de Arabische Honda Civic – de Indiers en Pakistanen behandelen. Stuitend! Ze komen aanrijden, toeteren, dan rent er een Paki naar buiten om de bestelling op te nemen door een minimaal geopend raampje. Hij wordt niet aangekeken terwijl hij afgebekt wordt…deze types zijn duidelijk nog niet bij de Islamitische les waarin wordt uitgelegd dat voor Allah iedereen gelijk is…

Dan begint het avontuur in de woestijn, geweldig! ’s Avonds heel lekker eten en kletsen met wat andere avonturiers en vroeg in het mandje. ’s nachts is het retekoud in de hut, maar we hebben goede dekens…en een zaklamp om überhaupt nog iets te kunnen vinden. Natuurlijk moet er ’s morgens op een kameel gereden worden…dat is eigenlijk best relaxed en makkelijker dan ik dacht.

Als we later in ons eentje onze weg terug vinden naar het dorp, komen we nog een eenzame kameel tegen die hier allemaal loslopen.

Op naar het berggebied rond Nizwa. Om te beginnen Jebel Al Akhdar. Als je daarheen wilt kom je eerst door een politie checkpoint die controleren of je wel 4WD hebt, anders mag je er niet heen. Er zijn in het verleden, vooral tijdens de afdaling, veel ongelukken met 2WD auto’s gebeurd.

Het gebied is schitterend. Relatief veel groen, terrasbouw, kleine dorpjes die aan de bergen “hangen”. Belinda had gelezen van het “Diana viewpoint”. Prinses Diana schijnt daar ooit tijdens een bezoek zwaar onder de indruk te zijn geweest van het uitzicht…dat ben je al snel als het alternatief Charles is, dacht ik, maar wij toch op zoek. In een klein dorpje staan we op een mooie plek bij een Iraans restaurant het uitzicht te bewonderen terwijl de uitbater aan komt lopen met de kaart…of we wat willen eten of drinken…tuurlijk, maar weet je ook waar het Diana viewpoint is? …”daar staat u nu”, zegt de man terwijl hij ons wat meewarig aankijkt… Het was ons al opgevallen dat het er hoogst georganiseerd uitzag met balkonnetje, hekje etc. maar het schetst de lage focus op toerisme dat dit niet verder uitgebuit of zelfs maar aangegeven is.

Van de Oude dorpjes gaat het weer naar beneden om na alle hotel-ontberingen ons maar eens volledig onder te dompelen in de luxe van Golden Tulip Nizwa met kamer, bbq en vooral Bar!! aan het zwembad.

De volgende dag naar de hoogste berg: Jebel Shams. Daar is ook de “Grand Canyon” van Oman: Wadi Guhl. Die staat momenteel droog en we hadden gehoord dat je daar met een beetje beleid een heel stuk in kan rijden. Dat hebben we dus gedaan en is erg spectaculair, wel moeilijk om op een foto te vangen. Het is goed voor te stellen dat met zware regenbuien hier elk jaar wel wat mensen omkomen die de snelheid van de waterstijging onderschatten. Zeker als je ziet wat een enorme rotsblokken er door het water verplaatst en neergesmeten worden.

Via een enorme omweg naar bijna dezelfde plek…maar dan 3000m hoger: Al Khitaym. Een paar huizen, geiten en bejaarden op de top van de berg. Ook hier kom je wel wat toeristen tegen, maar afgezien van wat oude dametjes die armbandjes verkopen is het nog zo authentiek (en arm) als in de middeleeuwen. Geweldige vergezichten over dezelfde Canyon waar we net doorheen gereden zijn.

Op de weg terug raken we aan de praat met een jonge Omani die gids is voor wat chinezen (ik bedenk me dat sinds de Lange mars van Mao volgens mij nooit meer een chinees op eigen houtje is gaan reizen). Hij zegt dat we in Misfat, in het dal, naar zijn huis moeten komen: de hospitality inn. Natuurlijk gaan we daarheen en komen daar zijn familie tegen. Wat een leuke mensen en dorpje. We moeten natuurlijk aan de thee met dadels, die hier bizar lekker zijn. Het dorpje is nog volledig intact en de Falaj (het eeuwenoude irrigatiesysteem) speelt een centrale rol.

We besluiten hier ’s avonds terug te keren voor het huisgemaakte diner, maar eerst naar Al Hamra. Daar zoeken we in de oude (lemen) stad het Safah huis waar we waren uitgenodigd door de dame in Wadi Bani khalid. Met onze mond open dringen we steeds verder door in de oude stad. Eeuwenoude lemen gebouwen met meerdere verdiepingen, sommige half ingestort geven een surrealistische sfeer. Prachtige setting voor een film. Uiteindelijk vinden we het huis en krijgen een enorm warm welkom van de familie en moeten ons als echte toeristen natuurlijk onderwerpen aan het omkleden in traditionele kleding en “oude ambachten” aanschouwen en uitvoeren…en natuurlijk koffie (of wat daarvoor doorgaat) en thee lurken.

’s Avonds heerlijk gegeten en gekletst. De volgende dag zou een spannende worden. Na veel wikken en wegen was ook Belinda akkoord om de bergroute tussen Al Hamra en Rustaq door de bergen te gaan rijden. Dit is een onverharde, onbeschermde dirt road langs diepe afgronden die hier en daar zo in een “deadliest roads” aflevering zou kunnen…maar “no pain, no gain”…je moet wat risico’s nemen om los te komen van de bussen met chinezen en echt mooie dingen mee te maken.

Eerst nog even naar de vrijdag veemarkt bij de Souk in Nizwa. Lachen! Een enorme kakafonie van geiten, schapen, koeien en daarbovenuit schreeuwende boeren en handelslui. Het systeem is dat de potentiële kopers in een cirkel zitten en de verkopers daaromheen lopen met hun waar…en dat schreeuwt dan wat tegen elkaar. Het is me overigens volledig onduidelijk waarom je hier geld zou betalen voor een geit terwijl die beesten echt overal…en ik bedoel OVERAL…rondlopen.

En dan de bewuste weg die eigenlijk wel meevalt, maar o zo mooi is!

We gaan naar Sohar, terug naar de kust. Leuk hotel en kustplaats. Daar ook maar even de Pajero laten wassen die inmiddels de halve woestijn meesleepte.

De laatste stop is Al Ain in Abu Dhabi net over de grens met Oman. Een mooie stad die is ontstaan rond een Oase midden in de woestijn en vroeger een belangrijke stop voor de Karavaans (nee, niet zo’n kutding achter je auto) was. De oase ligt nog steeds midden in de stad en is inmiddels Unesco erfgoed. Bijzonder gezicht. Bij de bron die het Falaj systeem voedt zitten 2 Emerati die ons vertellen over het kameel racen. 1 van hen is jockey…of hoe dat bij kamelen heet? Daar gaan miljoenen in om, niet door het gokken want dat mag niet van Allah (waarom iemand hem dat gevraagd heeft bleef onduidelijk), maar “giften” van de Sheik.

We zien ook nog een boer dadels plukken. Even een touwtje om de middel en de palm en dan naar boven lopen…lijkt eenvoudig…

Natuurlijk moeten we even naar de enige echte kamelen markt in het land. Bizar! Duizenden kamelen worden hier dagelijks aan- en afgevoerd en verhandeld. Ondanks onze, inmiddels, ruime kamelen ervaring vallen we toch erg op in dit gezelschap en komt er direct iemand op ons af die wel wat foto’s van ons wil maken met de kamelen. Prima. Je voelt natuurlijk van veraf aankomen dat dit ergens geld gaat kosten…en ja, na nog wat andere foto’s en aanbiedingen om op een kameel te rijden komen er nog een paar andere handelaren om ons heen staan waarvan er 1 op ons in gaat praten om de fotograaf te betalen voor zijn diensten, en zijn kinderen en het voer voor de kamelen en… Hij vond 25 euro wel een goed bedrag. Toen ik hem uitlachte en mijn portemonnee weer in mijn zak stak was 2 euro ook goed…

Verder nog ff lekker geluierd in de zon in het uiterst hippe Aloft hotel…we hadden inmiddels het weerbericht voor NL gezien…

En zo komt er op Terminal 3 in Dubai een eind aan een mooie en vooral boeiende reis door 2, om totaal verschillende redenen, boeiende landen.

Oman is echt een aanrader als je van mooie natuur en mooie mensen houdt! Het heeft zelfs mijn, doorgaans minder positieve beeld van Arabieren en de Islam genuanceerd.

Cheers, André

Advertenties

Mr.Bean nog steeds in de zandbak

Met dat statement doe ik Oman tekort. Ondanks dat ook dit land op het Arabisch schiereiland vooral uit woestijn bestaat, is het noordelijke deel zeer divers met gebergtes (3000m), schitterende Wadi’s (de lokale naam voor rivieren en oases), diepe fjorden en mooie stranden.

De meest bijzonder Wadi waar we in zijn geweest is de Wadi Shab. Een rivier die uit het hooggebergte komt en vanaf zee te betreden is, waarbij je het laatste gedeelte alleen kan bereiken door stukken te zwemmen. Het hoogtepunt is een grot aan het einde waar je in komt door onder een rotspartij door te zwemmen door een “keyhole” waar je net met je hoofd boven water kan blijven (bij het huidige water niveau). In die grot een surrealistische omgeving met hoge rotsen en een waterval.

We waren hier vroeg naartoe gegaan omdat we, zonder het te weten, in een vakantie van de Omani’s terecht waren gekomen die ook in grote getalen naar dit soort plekken trekken. Gelukkig blijven de locals vooral aan het begin hangen en met de familie picknicken en hebben veel minder behoefte om de idiote capriolen uit te halen die de toeristen zonodig moeten ondernemen.

Anyways, eerst een kort boottochtje over de Wadi, dan een hike langs de oevers die geleidelijk uitdagender wordt (dat wordt het voor mij al snel). Op dit deel kwamen we een leuk Omaans gezin tegen. Hij professor aan de Universiteit van Muscat. Zij huisvrouw met hoofddoek en opvallend moderne opvattingen en hun dochter die in Australië was geboren waar ze jaren gewoond hadden. Toen we het gedeelte bereikten waar gezwommen moest worden haakten zij af door gebrek aan juiste uitrusting. Wij wilden verder en liepen vervolgens tegen een Amerikaans gezin aan met 3 jonge kinderen Ze wonen in Bahrein en hij, John, is piloot bij de US Navy aldaar. Zij hebben een lokale gids: Juma, geweldige vent. We besloten samen verder te trekken.

Juma van Wadi Shab Adventures maakte daarna het verschil. Uiteindelijk zwommen we de grot aan het einde in en mijn mond viel open – niet zo handig onder water – het leek net of het was aangelegd. Juma had bedacht dat Navy-John en ondergetekende ook wel de waterval konden beklimmen en vervolgens van een 8 meter hoge rots afspringen in de grot…zonder hem had ik dat nooit overwogen en was het ook niet gelukt. Uiteindelijk mezelf overwonnen en de Tarzan in me losgelaten! …het duurde even voordat ik de moed bijeen geraapt had om ook de sprong van de rotsen te wagen…

Over rotsen gesproken. In deel 1 van dit reisfeuilleton had ik jullie achtergelaten op weg naar Musandan, het Noorwegen van Arabië. Nu hebben die Arabieren er een beetje een zooitje van gemaakt qua grenzen. Zo is het puntje van het Musandan schiereiland van Oman, alles daaronder is UAE, daarin ligt weer een enclave van Oman…en je gelooft het niet, maar in die Omaanse enclave in de UAE ligt een enclave van…de UAE…bent U daar nog? Wij dus de grens over naar Oman. Dat geeft opvallend weinig problemen of het moet het feit zijn dat het “national day” is in UAE en er meer vlaggen dan zandkorrels in de buurt van de grens zijn en de Emiraties langs de weg vlaggetjes en de lokale…uuuhhh…pap? staan uit te delen…het vlaggetje smaakte beter… Verder vriendelijke beambten met veel papier en stempels.

Waar het in de UAE nog vlak woestijn landschap is met doorgaans heel lelijke bebouwing wordt het over de grens ineens een schitterende weg langs de kust met hoge kliffen en azuurblauw water. We gaan naar Khasab, de wat ingeslapen hoofdplaats van dit stukje Oman. Hotel uitgezocht aan zee met schitterend uitzicht…o.a. op een geankerd jacht dat groter lijkt dan het hotel. Verder het lokale fort bezocht. Later gaan we erachter komen dat elke 2 huizen en een Moskee een fort heeft, meestal van Portugese makelij. Die hebben hier in de 16e en 17e eeuw nogal huisgehouden totdat ze er door de Turken uitgeflikkerd werden.

De reden waarom mensen naar deze uithoek komen is niet de hoogtepunten van Khasab, maar om te varen en duiken langs de bijzonder fraaie kustlijn hier…of om te smokkelen. Yep, de smokkel met Iran is een belangrijke en gedoogde bron van inkomsten hier. Elke ochtend zien we vanaf ons balkon de snelle speedboten terugkeren van de overkant (35 zeemijl). Ze brengen drank en sigaretten naar de overkant en komen met Iraanse meuk terug. De strategische waarde van dit plekje wordt elk kwartier kracht bijgezet door F16s die met donderend geraas laag overkomen.

Wij dus ook de volgende dag inschepen op een traditionele Dhow voor een dagje varen, snorkelen en dolfijnen kijken…klinkt bekend.

’s Avonds eten bij een Iraans restaurant. Het ziet er niet uit maar we hadden gehoord dat het eten erg lekker is…en dat klopt helemaal! En wat een leuke mensen die het zaakje runnen en ons helemaal inwijden in de Perzische keuken.

Van Khasab gaat het weer terug de UAE in richting Al Aqah. Het idee was om daar een leuk hotelletje aan het strand te nemen…maar we zaten ineens in een 5-daagse vakantie door de nationale feestdag en de geboortedag van de profeet…zeg maar islamitisch Kerstmis. Alles zat dus vol…behalve de 600+ euri/dag kamers in het gloednieuwe Intercontinental. Die hebben we maar even gelaten voor wat ze waren en zijn doorgereden naar Fujairah om in een heel leuk resortje te belanden…dachten we… We hadden een kamer met terras direct aan het mooie zwembad…en dat was helemaal leeg…tot een uurtje later alle Pakistanen uit de verre omtrek bedacht hadden met hun hele familie alle andere kamers en het zwembad te bezetten…en zeer belangstellend naar Belinda te gaan kijken die in bikini lag…

Volgende dag een lange rit naar Muscat, de hoofdstad van Oman. Bij de grensovergang UAE – Oman mochten we niet door…omdat we geen origineel kenteken konden overleggen (huurauto, dus kopie). De aardige meneer kon ons wel vertellen dat dat en grensovergang 40km landinwaarts geen probleem was. In het kader van “pick your fights” ben ik maar geen discussie begonnen over het waarom van deze idiotie.

Toen we uiteindelijk Oman inreden kwamen we daar op een splinternieuwe (niet eens bekend op Google maps) 8baans snelweg in de middle of nowhere waar letterlijk helemaal niemand reed…waar is je Bugatti als je hem nodig hebt??!

20171201_065705518_iOS

We hebben het over een land waar tot de jaren 70 geen verharde weg was en de stadspoorten van Muscat ’s avonds dicht gingen. De huidige Sultan die al sinds 1970 aan de macht is, is de grote hervormer. Hij heeft Oman uit de middeleeuwen gehaald en is de grote held. Het mooie is dat dat op een heel andere wijze dan de UAE is gebeurd met behoud van tradities, cultuur en de menselijke maat zonder alle megalomane “ik heb de grootste” kinderachtigheid.

Muscat is een mooie stad tussen zee en bergen. We zitten er in een hotelletje in het oude centrum (Mutrah) met een mooie Corniche (kustweg), Souks en andere typisch Arabische zaken.

Het verschil tussen UAE en Oman komt treffend tot uiting in de Grote Moskee van Muscat. Deze is net als die in Abu Dhabi ook vrij nieuw, enorm groot, ongetwijfeld mega kostbaar…maar ingetogen en uiterst smaakvol.

Hetzelfde geldt voor andere indrukwekkende en nieuwe gebouwen in Muscat zoals de schitterende Opera.

Na een paar dagen Muscat gaan we verder langs de kust richting Sur. We stuiten hier op een interessante manier van vissen. Twee zwaar gemotoriseerde speed/visboten trekken een sleepnet naar het strand tot ze niet verder meer kunnen. Op het strand staat een Toyota Hilux (waarschijnlijk de enige auto die heel blijft met dit zoute water en misbruik) die het water ingereden wordt en vervolgens met een touw dat net verder het strand optrekt. Dat gaat in heel veel slagen om de paar honderd meter aan touw in te halen…met de badgasten wordt niet zo heel veel rekening gehouden…

Onderweg bezoeken we een beroemd Sinkhole waar de lokale bevolking komt badderen. Bizar gezicht in een verder vlak terrein. Leuk zijn ook de knabbelvisjes die aan je voeten knabbelen…ik mocht van Belinda niet testen of ze ook aan andere onderdelen wilden knabbelen…

En alweer blijk ik te lang van stof en blog dus het laatste deel van de reis in het volgende deel te beginnen met ons verblijf in de Omaanse Fawlty Towers in Sur.

Cheers, André

Route

Mr.Bean in de zandbak

Ondanks dat Mr.Bean2 er wat minder op zijn plaats is, is het net of je op zee bent: de woestijn. Het grote niets, echte stilte, echt donker, dramatische vergezichten en het gevoel overgeleverd te zijn aan de elementen. Voor ons voor het eerst en een geweldige ervaring! We zijn in de Wahibi Sands in Oman in onze gehuurde Mitsubishi Pajero en overnachten in het Nomadic Desert Camp…een verzameling hutten van palmoverblijfselen met wat basisvoorzieningen. De rit er naartoe is al spannend want nog nooit in de woestijn gereden. Onze gids van het camp rijdt voor en ik probeer achter hem zo cool mogelijk het geleerde in de praktijk te brengen, kleine stuurbewegingen, niet schrikken van het ‘schuiven” van de auto, vaart maken om een duin op te komen etc…tis net een boot.

Het is 1 van de hoogtepunten van 3 weken rondreizen door de Arabische Emiraten (UAE) en Oman. Een reis die we na 2 weken terug uit Griekenland in grijs en nat Nederland bedacht hebben om de winter te “breken” en een aantal zaken die ik altijd al eens heb willen zien en doen (Dubai, Oman, 4×4 rijden, de woestijn) mee te pakken.

We vliegen met een dubbeldekker van Emirates naar Dubai…om het een keer gezien te hebben, maar vooral om naar de laatste F1 Grand Prix in Abu Dhabi te gaan! Ex-collega en vriend Roelf, die in Dubai woont, heeft kaarten voor ons geregeld en nog veel meer tips voor ons verblijf.

Even voor de mensen die niet helemaal thuis zijn in het Emiraten gebeuren: de United Arab Emirates (UAE) is een land dat bestaat uit 7 Emiraten (soort van Verenigd Koninkrijk). Het grootste (en rijkste) Emiraat is Abu Dhabi. De hoofdstad daarvan is eveneens genaamd Abu Dhabi. Een ander Emiraat is Dubai met als hoofdstad – ze zijn niet bijster creatief daar – Dubai. Oman is een heel ander land dat grenst aan de UAE met als hoofdstad Muscat.

Dubai blijkt niet echt een stad te zijn, meer een aantal kernen met daartussen…uuuhh…meuk. Het is daardoor groot in oppervlakte en je moet echt weten waar je naartoe wilt, want ff lopen is er niet bij om meerdere redenen: het is reteheet (en dit is het koude seizoen), veel te ver en het ligt vol met 10baans snelwegen. Het mist daardoor elke menselijke maat. Dat is op zich niet zo’n bezwaar want er wonen weinig echte mensen. 85% van de inwoners is ex-pat te verdelen in de goedbetaalde westerlingen die in constructie, IT etc. werken en de moderne slavernij met amper betaalde Indiërs, Pakistanen en Filipino’s die het zware/vuile werk doen.

Afgezien van de laatste groep is iedereen erg druk met te laten zien hoeveel geld ze hebben. Dat kan je o.a. doen door je Bugatti te laten vergulden of door minder cijfers op je nummerbord te hebben…wat zegt u? Yep, een normale nummerplaat heeft 5 cijfers. 4 kost meer, 3 veel meer, 2 kost tonnen en 1 miljoenen…en dan heb je…uuuhh…een officieel bewijs op je auto dat je te weinig hersencellen hebt om je op een intelligente manier te onderscheiden… Je kan ook gaan shoppen in de Dubai Mall waar van alles het duurste, grootste en meeste te koop is, logeren in de hoogste, grootste, dikste of whatever suites, een kop thee gaan drinken voor 200 euri in een kunstmatige zeilboot op een kunstmatig eiland tussen andere kunstmatige mensen etc. etc.

Kortom Dubai is leuk om een keer gezien te hebben en prima als je gewoon een mooi hotel met zwembad en zonzekerheid wil hebben…maar ik heb het gezien en hoef er nooit meer heen.

Een beetje authentieker en leuker wordt het in Oud Dubai rond de Creek. Daar is nog een stukje oude stad gerestaureerd en rond de haven met de traditionele Dhows is het een genot om te zien wat er allemaal in deze bijzondere schepen wordt geladen en gelost. Daar zijn ook de oudere Souks, altijd leuk om wat discussies met de handelslui te beginnen.

Dan met Roelf en Tijs naar de F1 in Abu Dhabi. Hier blijkt hoe geweldig de infrastructuur hier is. Ik ben nog nooit naar een GP geweest waar je gewoon op race day zonder enige file tot aan het circuit rijdt, in een parkeergarage parkeert en ’s avonds zonder enige file weer wegrijdt…bizar! De race zelf was erg saai. Zelfs Max kon niet voor enig spektakel zorgen. Wel mooi om het donker te zien worden tijdens de race met alle verlichting. Rond de race is van alles georganiseerd van Arabische handwerk toestanden tot een concert van Pink. Daar tussendoor natuurlijk nog even in Ferrari world gekeken…dat was veel truttiger (beetje autotron) dan ik me had voorgesteld.

De volgende ochtend gaan we onze Pajero ophalen…soort van Mr.Bean3…langzaam, groot, schommelt en de 3.5 V6 gebruikt grote hoeveelheden brandstof. In dit geval benzine, diesel personenauto’s kennen ze hier niet…en met 40cent/liter is er ook weinig aanleiding toe. We gaan nogmaals naar Abu Dhabi maar nu om de plaats te bekijken. Het is duidelijk dat dit Emiraat nog rijker is dan Dubai. Zodra je de grens over gaat wordt het groen. Yep, enorme ontziltingsinstallaties en irrigatiewerken zorgen ervoor dat hier gewoon een bos groeit. De stad zelf is ook al groen, veel minder meuk dan in Dubai…best fraai maar het heeft eveneens geen enkele ziel. Wel de grootste vlaggenmast, de hoogste suite…kortom “ik heb de grootste”.

Zo ook de grootste Moskee…en die is adembenemend. Zelden zoiets moois gezien. Er is duidelijk met enorme hoeveelheden geld gesmeten…maar dat heeft wel iets heel moois en smaakvols opgeleverd. Dus Belinda in een lap gewikkeld en naar binnen.

En als je dan zoveel geld hebt besteed om de wereld te laten zien dat Allah toch echt wel de allerAkbarste is, dan heb je het volste vertrouwen in de chef zijn bescherming als je 1 van zijn koepeltjes ontdoet van vogelpoep (de betreffende vogel zal ongetwijfeld een verschrikkelijk lot beschoren zijn).

20171127_101258783_iOS

Ze hebben er ook net een dependance van het Louvre geopend, ongetwijfeld na een poging het originele pandje in Parijs te kopen en te verplaatsen…dat ging zelfs de Fransen te ver. Daar hebben ze nu ook het duurste schilderij ter wereld (DaVinci) hangen, ongetwijfeld na en poging de nog duurdere DaVinci (die met die glimlach) te kopen…maar ook dat ging zelfs de Fransen te ver.

De volgende dag verlaten we onze mooie suite in het Dubai Marina district en gaan op pad. Als eerste richting het Noorden: het schiereiland Musandan dat tot Oman behoort en strategisch zeer belangrijk de kurk van de Perzische Golf vormt. Het wordt het “Noorwegen van Arabië” genoemd door de fjorden en steile bergen in zee.

Daarover en de rest van de reis door het schitterende Oman volgende blog meer…want deze begint al een beetje te lang te worden.

Voor de liefhebber hieronder een kaartje met de (zeer grove) route die we gereden hebben.

En de Mr.Bean2 fans die dit allemaal toch wel erg droog vinden kan ik geruststellen: 21 februari vliegen we terug naar ons huis op Leros om het na een paar klussen en dagen weer te water te laten!

Cheers, André

Route

It’s Hard on the Hard

En dan is er ineens het einde van een epische reis. Het lijkt jaren geleden dat we uit Lemmer vertrokken (met de Mr.Bean2, een ouwe schuit…zit vast een hit in), maar we zijn er weer terug. Zonder die ouwe schuit overigens. Die staat hoogst onnatuurlijk op 11 steuntjes “on the Hard”, zoals de Engelsen dat zeggen.

Toeval bestaat niet want terwijl ik dit schrijf hoor ik Marco Borsato onze radio misbruiken om “Oh wat is het fijn om weer thuis te zijn” te kwelen. Geen idee of dat de titel van het werkje is…maar de tekst is net zo misplaatst als de muziek (of wat daar voor moet doorgaan). Het voelt vreemd weer “thuis”. Die stapel stenen in Lemmer is helemaal niet “thuis”, dat staat in Leros…in de zon.

20170323_103936847_iOSNatuurlijk wel leuk om iedereen weer te zien. Om te beginnen Laura, Ricardo en Linda die ons op Schiphol al stonden op te wachten…met confetti… Laura kon Joris Linssen niet vinden anders had ze die ook gemobiliseerd! Groot was de verrassing toen ik in de Schiphol parkeergarage ineens mijn 4C zag staan. Ze hadden er veel werk van gemaakt hem daar te krijgen en de koffers met een andere auto terug te brengen. Wat een feest om daar in te kunnen rijden…na alle Hyundais.

De laatste 2 weken op de boot was al vreemd. 14 Oktober werd Mr.Bean2 uit het water gehaald. Daarna leef je dus op een boot die niet beweegt, waar je met een ladder op en af moet…en waar je de toiletten niet meer van kan gebruiken. Gelukkig stonden we naast het toiletgebouw…een soort van kamperen…een activiteit waar ik altijd al enorm enthousiast van wordt… Jammer dat er toiletpapier op de WCs aanwezig was. Ik had graag een excuus gehad om uitgebreid met geknepen billen en een half afgerolde rol over “de camping” te rennen.

Daarna hebben we voor de verandering maar eens een Hyundai gehuurd en zijn we Leros gaan verkennen. Erg fraai klein eilandje. Net als Amorgos een beetje buiten de toeristische route wat het een erg prettige sfeer geeft. Natuurlijk de oorlogstunnels uit de Battle of Leros bekeken…en de Guns of Navarone nog een keertje onklaar gemaakt. De burcht beklommen…met de i10, voor het mooie uitzicht. ’s Avonds met onze Engelse vrienden, die voor anker lagen in de baai van Pandeli naar Café del Mar, een geweldig restaurant dat tegen de rotsen hangt. We waren daar de enige bezoekers die avond. De chef kwam dus op de fiets met een tas vol verse vis en andere zaken om uit te kiezen. Erg lekker!

We hadden een aantal onderhouds- en reparatieklussen gepland op het droge. De belangrijkste was het demonteren van de stabilizers. Daarvoor kwam op de 17e Jan Leegstra van JSF over uit Nederland om een paar dagen mee te kamperen op Mr.Bean2. Bij de demontage van de bakboord stabilizer bleek wat ik al vermoedde. De seals (in dit geval rubber afsluitringen…niet de visetende herrieschoppers uit het Dolfinarium) hadden gelekt waardoor er zout water in het lager huis (in dit geval een ruimte met lagers…niet de 2e kamer…alhoewel die laatste daarvan zou kunnen opknappen) was gekomen en de boel behoorlijk verroest was. De oorzaak van de lekkage was pitcorrosie in de RVS as…dus het simpelweg vervangen van de seals ging het probleem niet oplossen. Lang verhaal kort hebben we uiteindelijk binnen 1 dag 2 “thin sleeves” uit Athene kunnen laten overkomen die om de assen zijn geperst. Een uurtje voordat Jan’s ferry weer vertrok naar Kos op de 20e hadden we de klus geklaard…efficient gepland zullen we maar zeggen.

Twee dagen later ging onze eigen ferry naar Kos om van daar een directe vlucht naar Amsterdam te nemen. Een soort van half verdoofd hebben we die laatste dag alles in orde gemaakt. Het is voor het eerst dat we onze boot ergens anders achterlaten en dat voelt heel vreemd. Het feit dat het schitterend weer is en de weerberichten voor Nederland nat en grijs zijn helpt ook al niet.

Op Kos hebben we nog 1 nachtje te doden omdat de TUI de volgende ochtend pas wenst op te stijgen. Gelukkig wordt ons hotelletje aan de haven goed bewaakt. De TUI vlucht is een confrontatie met de harde werkelijkheid. Tot de nok gevuld met (herfst)vakantiegangers die, naar het lijkt, allemaal in de laatste 4 jaar een kind hebben gekregen…maar vergeten zijn dat op te voeden…we hebben de motoren niet gehoord…

Het goede bericht is dat ik net onze terugvlucht heb geboekt. 21 februari vertrekken we weer naar Leros. We hebben nog weinig concrete plannen maar onderdelen zijn: de “Holy week” voor Pasen op Patmos doorbrengen, het eiland waar Johannes de Doper (gezien zijn achternaam denk ik een historische wielrenner?) zijn evangelie heeft geschreven en ze er dus een stevig feestje van maken. Het grootste deel van komend jaar zijn we waarschijnlijk aan de Zuid-Turkse kust te vinden…als Erdobeebie er niet een al te grote klerezooi van maakt. Pakumbeet tussen Bodrum en Alanya. Waarschijnlijk blijven we ook in de winter aan boord en vliegen we af en toe voor een paar weken terug.

Ik ga me dit keer niet wagen aan allerlei cijfers en “wat was het mooiste”. Het eerste is weinig boeiend en het tweede niet te beantwoorden. De reis op zich was een hoogtepunt, maar de leuke, gastvrije en boeiende mensen die we ontmoet hebben en de nieuwe vrienden die we hebben gemaakt, hebben de reis heel bijzonder gemaakt.

We kijken al uit naar het komende jaar!

Eerst ff door die donkere dagen heen. Een heel mooie winter gewenst allemaal!

Cheers, André

Under Attack

Het is niet allemaal Griekse Honing en Yoghurt op deze idyllische eilanden. We hebben na het laatste blog nog bijna een week in het haventje van Katapola op Amorgos gelegen wachtend op wat minder wind. We hebben geen haast, de zon schijnt, het is een schitterende omgeving en erg leuk plaatsje…dus niet zoveel mis mee zou je zeggen. Dat klopt helemaal als er geen andere jachten waren…

In dit kleine havenkommetje liggen we klassiek Med-style. Dat betekent: eigen anker uitgooien, naar achteren varen tot aan de betonnen kade in de hoop dat daar minimaal 1,80m water staat, 2 touwen op de kade vastmaken en vervolgens naar voren varen en de ankerketting strak trekken. Klinkt eenvoudig maar blijkt dat voor veel mensen niet te zijn…zeker niet als er een F6-7 dwars over de haven waait…

20170925_093736328_iOS

Deze foto is gemaakt op een zeldzaam moment dat er weinig boten liggen…de wind komt in de richting waarin deze foto genomen is. Elke zeilboot die binnenkomt en in de buurt wil gaan aanleggen is een potentieel gevaar. Inmiddels herkennen we het al van verre. Als er 1 of 2 mensen bezig zijn met het aanleggen gaat het meestal prima. Als er meerdere mensen bezig zijn dan kan je alvast met een fender in je hand aan dek gaan…en als het dan ook nog een huurboot is kan je de verzekeringspapieren gaan zoeken.

Het toppunt was een huurboot die ’s avonds binnenkwam met 9 Duitsers erop die zich allemaal met het aanleggen bezighielden.

20171002_184513435_iOS

Ik zat op dat moment bij Engelse vrienden op hun catamaran elders in de haven. Belinda kwam ons waarschuwen voor de zoveelste attack-of-the-Germans. De schipper (of ontkenning daarvan, maar weet niet hoe dat heet) had al een poging gedaan waarbij met veel fenders schade aan onze boot voorkomen was. Hij was vervolgens weer weggevaren om een nieuwe poging te doen…op exact dezelfde manier. Hij stond ook niet open voor aanwijzingen…zeker niet van mij…en al helemaal niet toen die na enige tijd vergezeld gingen van teksten als: “Go away asshole!”

Deze shit-for-brains was de perfecte illustratie van Einstein’s definitie van Stupiditeit: “Doing the same thing over and over hoping for a different result”. De tweede keer gebeurde dus precies hetzelfde en weer konden we met veel moeite schade voorkomen. Echter kwam hij nu bij het voorruit varen in onze ankerketting terecht. We hadden dus ineens 2 boten met een dwarse F7 aan ons anker liggen. Direct onze motor gestart want als het anker loskomt waaien we direct overdwars tegen de kade en is de schade niet te overzien. Gelukkig hield het anker ook stand tijdens deze Blitzkrieg.

Nadat ze zich met veel moeite uit onze ankerketting hadden bevrijdt ging hij een derde poging inzetten…op exact dezelfde wijze…Unglaublich! Nadat ook die mislukte en hij doorkreeg dat inmiddels een groot deel van de haven verwensingen naar zijn hoofd aan het slingeren was, voeren ze weg om verderop in de baai te ankeren.

Uiteindelijk hebben we nog wel schade opgelopen. Naast ons lag een ouder Zweeds echtpaar met een 45 voet aluminium (Ovni) zeilboot. Zij hadden de pech dat met het aantrekken van de wind hun anker ging krabben en ze steeds weer op de kade terecht kwamen. Dit werd een onhoudbare situatie, dus moesten ze de ligplaats verlaten. Het wegvaren met zo’n dwarswind is nogal een dingetje en vergt goede coördinatie tussen het anker inhalen en het langzaam laten vieren van de spring (touw) op de kant. Daar ging het fout…bij het vooruit varen bleef de spring klem zitten, de man zijn hand bekneld (gelukkig kwam hij met schrik en kneuzing vrij) en de boot ging ineens dwars uit richting onze boot. Dat leverde een paar krassen in het polyester en een wat verbogen railing op de punt op omdat ook zij bij deze maneuver in onze ankerketting eindigden…dat gelukkig weer geen krimp gaf. Ook zij gingen verderop in de baai ankeren maar kwamen de volgende ochtend direct langs om verzekeringsgegevens uit te wisselen. Het bleken doorgewinterde Med zeilers die ons nog een paar goede tips konden geven en ons uitnodigden voor en flesje wijn aan de andere kant van de baai. Leuk!

Langer in een haven (moeten) liggen heeft zo zijn voordelen. Je wordt wat meer onderdeel van het dorpsleven, je Kalimeraat de hele dag met de groenteboer, bakker, havenpolitie etc. en je ontmoet andere varenslui…en gelukkig niet altijd omdat ze in je boot varen.

Eén van de leukere ontmoetingen afgelopen week in Katapola was met Martin Connely en Ben en Debby Gordon. Martin woont al 3 jaar in Leros marina (toeval bestaat niet) op zijn kleine catamaran. Geweldige man, ontwerper en architect met een bijzondere kijk op het leven. Hij heeft de klassieke cat volledig naar eigen inzichten verbouwd op een geweldige manier…en zonder zich veel van nautische conventies aan te trekken…neem bijvoorbeeld de bekleding van de kussens in de kuip…of het Perzische tapijt op de bodem van zijn Dinghy (!).

Ben en Debby zijn op vakantie en varen een paar weken met hem rond de eilanden hier. De Cat beschikt over 2 Yanmar 1-cylinder motoren van 7 (ja, je leest het goed: zeven) pk elk. Zoals wij de Engelsen kennen zitten ze nergens mee als het om varen op zee gaat. De dag dat ze binnenkwamen op Amorgos waaide het F6 en konden ze niet eens aan de Noordkant van het eiland langs omdat ze met de enorme hoeveelheid PKs niet tegen de golven in kwamen…dan maar aan de zuidkant langs en om het eiland heen varen… Meer onder dan bovenwater kwamen ze de haven in…”it was a bit bumpy and wet”. 1 van de 2 motoren was ermee gestopt door olieverlies…”no problem, one engine is enough”.

Ben en Debby blijken op Wight een prachtige klassieke 85 voet houten motorboot te hebben die volgens Ben door Debby is ingericht als een Parijs bordeel…en de foto’s bevestigen dat. We hebben de afgelopen dagen veel met ze opgetrokken en ik heb me weer kunnen laven aan de geweldige Engelse humor. Waarom zijn Engelsen vaak zoveel leuker en nemen ze zichzelf niet zo serieus dan bijvoorbeeld Duitsers, Fransen of Scandinaviërs? Overigens is het alcohol gebruik met alle G&Ts en andere versnaperingen er niet op achteruit gegaan…

Uiteindelijk is de wind gaan liggen en gaan we met fantastisch weer voor onze laatste tocht van dit jaar naar Leros. De Engelsen gaan dezelfde kant op.

Leros marina in het plaatsje Lakki maakt een zeer professionele indruk. Dat is prettig want hier gaan we Beany een paar maanden achterlaten op de kant en willen we ook wat werk en onderhoud laten doen voordat we eind februari weer het water in gaan.

Lakki is een bijzondere plaats op dit fraaie eiland. Het is helemaal niet Grieks. Dat komt omdat dit vanaf 1920 tot WW2 een grote Italiaanse Marinebasis was. De gebouwen zijn dan ook in fascistische Mussolini stijl opgetrokken met brede wegen daartussen. Niet gezellig maar hier en daar best fraai.

in 1943, toen de Italianen bedacht hadden dat de Duitsers het misschien toch niet gingen winnen en ze zich aansloten bij de geallieerden werd dit eiland het toneel voor de Battle of Leros…omdat de Duitsers het niet helemaal eens waren met de komst van de Engelsen naar dit toenmalige Italiaanse eiland… Geheel in Duitse traditie hebben ze toen de Engelsen en de Italianen met veel geweld het eiland afgejaagd. Deze slag stond model voor het beroemde boek en film: The Guns of Navarone…waarbij Navarone dus Leros is.

Wat we tot nu toe van de rest van het eiland hebben gezien is erg fraai Italo/Grieks.

Het volgende blog wordt de laatste van dit seizoen. Daarin nog wat bespiegelingen over de werkzaamheden aan de boot, de reparaties en de ontdekking van Leros.

Cheers, André

An early Fall?

De weerplaatjes op Windfinder en Poseidon zijn al dagen groen, geel en oranje (F5 en meer). Die kleuren corresponderen zo’n beetje met de gelaatskleur wanneer je op zee bent. De komende week ziet er niet veel anders uit. Daarbij is de temperatuur in een paar dagen 10 graden gedaald. Dat betekent overigens nog steeds dat het zonnig en rond de 23 graden is…maar toch heel anders dan pakumbeet 2 weken geleden. Gisterenavond heb ik zelfs voor het eerst weer een vestje aan gedaan omdat het chilly werd…het moet niet gekker worden!

Ze hadden ons beloofd dat de Meltemi na half september duidelijk in kracht zou afnemen. Daar is weinig van te merken…of ze noemen hem nu gewoon anders, maar we hebben het nog steeds over een (te) harde Noordelijke wind die dagen achter elkaar doorblaast. Voor ons is het allemaal nieuw dus we gaan vanzelf meemaken hoe het weer zich richting herfst en winter ontwikkeld.

Vorige week stonden we op het punt “the marina from hell” op Santorini te verlaten. Het uitvaren voelde erg goed ondanks het toen ook al stevige windje. We namen de toeristische route door de krater. Indrukwekkend gezicht om daar in de vroege ochtend doorheen te varen. Hieronder het gezicht op Oia, het dorpje op de Noordpunt van het hoofdeiland.

20170924_054211128_iOS

Bestemming is Katapola op het eiland Amorgos. Dit is een wat afgelegen eiland aan de rand van de Cycladen. Het ligt dan ook “exposed”, Dat wil zeggen dat er geen eilanden omheen liggen om de (Noorden) wind en golven te breken.

Als we binnenlopen in de schitterende diepe baai komt er net een imposante 4 mast tall ship naar buiten. We leggen Med-style aan in het fraaie haventje midden in het dorp met de bips naar de Taverna van Vangelis (nee hij heeft geen muziek gemaakt) die volgens onze Amerikaanse buurman (type luide stem, nog veel luidere buik en zo mogelijk nog luider shirt) de beste Moussaka van Griekenland maakt…en Amerikanen overdrijven nooit!

Daarover gesproken. De volgende dag komen Amerikaanse vrienden Julie en Dan O’Hara aan met de ferry vanuit Athene. Julie heeft net de marathon van Berlijn gelopen…in 3:50…dat schijnt best goed te zijn. Dan ken ik al jaren vanuit Avanade. Hij heeft als droom om op een trawler in de Med te wonen en een beetje rond te zwerven…klinkt bekend. Julie gaan we voor het eerst ontmoeten. Ze willen natuurlijk uit de eerste hand ervaren hoe dat nou is: het leven op een boot in deze contreien.

Ze worden op hun wenken bediend, want het weer vormt een belangrijk onderdeel en dat is best goed…afgezien van die harde wind. Het worden dus niet een paar dagen van picture-postcard gladde azuurblauwe zee en cocktails op de flybridge. Nee, een dagje varen en ankeren in een baai en de volgende ochtend snel weer naar de haven om veilig te liggen voor het volgende stormpje…het hoort er allemaal bij.

Ze zijn zeer geïnteresseerd in onze ervaringen maar ook in zaken als onderhoud, technische problemen etc. Best leuk om een keer “gedwongen” te worden dat allemaal op een rijtje te zetten. Ze wennen overigens al snel aan het relaxte leventje gezien het gesnurk uit de titanic-stoelen op de flybridge…alhoewel ze weten mij om te praten om mee te gaan op een hike door de bergen rond de baai…niet een natuurlijke bezigheid voor ondergetekende. Wel een bizarre omgeving met hoog “the Good, the Bad and the Ugly” gehalte.

We huren een paar dagen een auto (ja, een Hyundai) om Amorgos te verkennen. Schitterend eiland. Vooral de Zuidkust valt zo’n beetje kaarsrecht vanaf een paar honderd meter steil het water in. Moeilijk voor te stellen dat ergens in de 11e eeuw hier een Monnik rondliep die dacht: das een handig plekje om een klooster te bouwen. De man had ongetwijfeld iets teveel van de lokale Rakomelo (Raki met honing) naar binnen gewerkt. Hoe dan ook het klooster is wel gebouwd…en 1 van die bijzondere plekjes op de wereld geworden…aan 1 van de mooiste kusten…en bij het bezoek krijg je heel gastvrij een Rakomelo die de 3 monniken die er nog wonen zelf brouwen.

Amorgos is het decor geweest waar de film Le Grande Blue (The Big Blue) in is opgenomen. Dit is een hooggewaardeerde Franse cultfilm uit 1988. Er komen dus relatief veel fransen naar het eiland. Erg cool is het wrak van een coaster dat in een baai ligt en een prominente rol in de film speelt. Het echte verhaal achter het wrak is wat minder romantisch en gaat vooral over drugs en verzekeringsfraude.

20170928_090501021_iOS

Op een Grieks eiland moet je ook altijd even naar de Chora. Dat is een soort van de hoofdplaats die altijd hooggelegen is. Zo ook hier. Het is een labyrint van straatjes met witte huisjes, de typische windmolentjes en het niet te vermijden Venetiaanse fort in het midden.

Na een paar hele mooie dagen droppen we Julie en Dan weer op de Ferry naar Athene. Wij gaan er met de auto nog even op uit om de indrukwekkende kust bij het klooster ook vanaf het strandje, of wat daarvoor moet doorgaan, te bekijken. Het blijft adembenemend…

Zo, nu moeten we wachten op een “weather window” voor de oversteek naar de Dodecanese eilanden groep waar Leros er 1 van is. Daar gaan we nog een beetje rondkijken voordat we naar Leros marina gaan om de boot klaar te maken voor de winter.

Daarover volgende week meer.

Cheers André

Trouble in Paradise

Santorini…veel mooier wordt het niet! Helaas is dat niet helemaal geheim gebleven. Zelfs nu we hier eind september zijn is het moeilijk je weg te vinden door de drommen Chinezen, Amerikanen en andere Selfiesticks.

Inmiddels herkennen we het als echt Grieks dat hier niemand op het idee is gekomen een (Jacht)haven te maken voor de grote hoeveelheid jachten die dit eiland willen bezoeken. Dat is overigens niet helemaal waar, want er is wel een marina die gebouwd is met EU geld en die nu vol ligt met Vis- en Charterboten. In de ingang van de haven tussen de pieren hebben ze dan nog wat plek voor bezoekers…die daar worden opgestapeld…

Dat zou nog niet zo erg zijn als de “swell” (de lange golfslag op zee) niet gewoon vrij spel had in dit gedeelte. In kalm weer al oncomfortabel. Bij harde wind simpelweg gevaarlijk en onhoudbaar. Om dat alles te completeren hebben ze 2 debielen als havenmeester. De “ochtend havenmeester” heeft nog een paar hersencellen maar doet het meeste fout. Die van de middag is een TV-serie waardig. Een soort van Griekse Fawlty Towers. Sinds onze aankomst, nu 4 dagen geleden, heb ik hem alleen nog maar klanten zien uitschelden. Ik wilde dat ik dit overdreef, maar hij scheldt letterlijk de hele dag op iedereen inclusief ondergetekende. Hij stuurt ook met droge ogen in een F7 mensen gewoon weer naar buiten omdat er geen plek is. Inmiddels pakken we elke dag wel een uurtje om vanuit onze kuip dit hele theater te aanschouwen. Geweldig entertainment…als het niet zo triest was…

Op bovenstaande foto is het de man in het grijs die je op de rug kijkt compleet met scheidsrechterfluit die hij te pas en vooral te onpas gebruikt.

We hebben hier 2 zeer onrustige nachten met harde wind uit de verkeerde richting meegemaakt…en dat had dit keer niets met Belinda te maken. Van de boot naast ons zijn uiteindelijk 2 touwen geknapt. Bij ons 1 touw en van de mooie fenderhoesjes is niet veel meer over…we hadden het kunnen weten toen we binnen vaarden.

Ik had een week van tevoren al gebeld naar de havenmeester. Helaas zit er geen hersencellenteller-app op mijn telefoon en nam dus aan dat de man wist waarover hij sprak: “No problem, bel nog even een dag van tevoren om af te spreken”. Een dag van tevoren hetzelfde verhaal: No problem, bel een half uur voordat je in de haven bent met mijn collega Anthoni op dit nummer, hij wijst je dan een plek. Een half uur van tevoren bel ik het nummer en krijg uiteindelijk een dame aan de lijn. Anthoni (de middagman) blijkt amper Engels te spreken en heeft daar nog minder zin in. De dame is heel verbaasd dat wij er met een boot van 19m aankomen…dat kan helemaal niet. Na het WTF momentje wil Anthoni dan toch wel kijken waar we kunnen liggen. Als we binnenlopen staat hij al gebarend en scheldend op de kade. Hoe we het in onze botte harses halen om met zo’n boot naar zijn haven te komen…na een paar keer verleggen liggen we aan de buitenkade en het grote feest begint…

Vorige week waren we onderweg naar ons eerste happy hour in de live-aboard community van Agios Nikolaos (Sinterklaas) Marina. Gelijk kunnen vaststellen dat klokkijken niet het sterkste punt is…dit blije uurtje duurde van 6 tot 2 uur ’s nachts. Dat zegt wel iets over de gezelligheid. Een zeer gemêleerd gezelschap. Engelsen en Nederlanders voeren de boventoon. Wel wat jongere mensen, maar gemiddeld toch een behoorlijk geriatrisch geheel. Ik bedoel natuurlijk zeer ervaren varensgasten met een rijkdom aan tips voor dit gebied.

Met een brak hoofd de volgende ochtend een auto gehuurd om de bergen op Kreta in te trekken. De Lasithi hoogvlakte om precies te zijn. Erg fraai met wat verspreide bergdorpjes waar het geld duidelijk niet tegen de plinten klotst. We stoppen als eerste bij een wel heel bijzondere uitspanning: Moutsounas. Hier heeft Manolis met zijn familie heel veel…eeuuuhhh….zooi verzameld + een museum + een werkplaats waar ze dingen van Olijfhout maken + een Rakistokerij + … Leuke vent en zijn moeder bakt de lekkerste Griekse koeken. Uiteindelijk vertrek je dan toch met een olijfhouten sla-couvert…hoe hebben we het ooit zonder gered?

Dan naar de Diktaion grot. Dat is niet zomaar de zoveelste verzameling stalactieten en -mieten bij elkaar. Nee, hier is Zeus geboren! Wie? Zeus, chef van de Griekse Goden. Daar moeten we dus even kijken…na een hike van 800 meter omhoog in de brandende zon. Gelukkig had Zeus airco en is het in de grot 12 graden, heerlijk!

Na nog wat omzwervingen op het prachtige Kreta terug naar Agios en met Peter en Yvonne wat wezen eten…en alweer drinken…ik hoop dat Jelinek deze winter nog plaats heeft…

Naast het wekelijkse happy hour worden er ook BBQs georganiseerd. Daar wilden wij natuurlijk ook wel aan proeven. Iedereen neemt zijn eigen te-verbranden-spullen mee en maakt ook nog een salade o.i.d. voor algemeen gebruik. Simpel en doeltreffend…alhoewel we geen Nederlanders zouden zijn als we niet een beetje zouden klagen over wat de 1 en de ander meebrengt. Geweldige avond waarbij na wat drank de gitaren worden gehaald, na nog wat drank er zelfs mensen zijn die daarbij durven te zingen…en na nog veel meer drank het zelfs goed gaat klinken…Woezel de hond van de Ilja had helaas geen drank op en lag met zijn poten over zijn oren onder de tafel…

Van Kreta gaan we weer naar het Noorden: Santorini, of eigenlijk Thira zoals de Grieken het noemen. Dit eiland is een grote vulkaan krater. Op de kaart zie je goed dat het hoofdeiland de Oostelijke kraterrand is en wat eilanden aan de westkant bij elkaar de Westelijke rand vormen. In het midden ligt dan een eiland dat eigenlijk een bonk lava is van de laatste uitbarsting. Alles bij elkaar een bijzonder landschap met daarop de iconische witte dorpjes met blauwe koepels die aan de rand “hangen”.

Met een huurauto, dit keer eens geen Hyundai maar een Kever Cabrio, het eiland in 2 dagen ontdekt…mooie plaatjes en veel toeristen.

Erg interessant is het oude Akrotiri. Dit is een soort van Pompeï…maar dan 2x zou oud uit de Minoïsche tijd (ca. 2000 voor Christus!). Het was een grote havenstad met een verbazingwekkend geavanceerde beschaving. Ca. 1650 v.C. heeft hier de grootste vulkaan eruptie ooit plaatsgevonden waarbij het toenmalige, veel grotere eiland is geëxplodeerd en zijn huidige vorm kreeg. Dit heeft de toenmalige beschaving volledig vernietigd. Niet alleen op Santorini maar bijvoorbeeld ook op Kreta door de zonsverduistering en gigantische Tsunami. Akrotiri is daarbij, net als Pompeï, “bevroren” in de tijd onder lava en as en goed geconserveerd.

De opgravingen bij Akrotiri zijn overdekt en we zijn daar met een gids van de ene in de andere verbazing gevallen. Er worden daar stenen “flatgebouwen” van 4 verdiepingen blootgelegd, met prachtige muurschilderingen maar ook rioleringssystemen en toiletten…2000 jaar voor de Romeinen!

Het toprestaurant op Santorini heet Selene. Dat kan geen toeval zijn. Dus onszelf getrakteerd op de eerste echte “fine dining” op Michelin niveau van deze reis. Dat was de moeite waard. Toplocatie met terras op 1 van de hoogste punten met een onaards mooi uitzicht op de beroemde Santorini zonsondergang…en nog belangrijker: het eten was van hetzelfde niveau. Geweldig!

Morgen gaan we naar Katapola op Amorgos. Daar komen Amerikaanse vrienden Dan en Julie O’Hara een paar dagen aan boord.

Daarover en de verdere reis langs de Cycladen volgende week meer!

Cheers, André

Close encounters of the family kind

Afgelopen week was het hoogtepunt dat we Ricardo voor het eerst sinds een half jaar weer zagen…en misschien nog wel belangrijker onze nieuwe schoondochter: Linda! Belinda liep al maanden te klagen dat “iedereen” onze schoondochter al gezien had behalve zij. Nou dat is ruim rechtgezet in een paar geweldige dagen op Kreta met onze zoon en erg leuk nieuwste lid van de familie!

We waren vorige week al ruim in familiesferen op Kos waar we nog een paar dagen met zus, zwagerin en zwager Sandra en Rob zijn geweest. Naast veel lekker eten en vooral drinken toch ook nog even naar het Asklepion. Kos is namelijk het eiland van Hippocrates. Hier is de basis gelegd voor de moderne gezondheidzorg. Het Asklepion was een soort van combi van ziekenhuis, spa en kerk…maar dan voordat Christus zich in het lekker overzichtelijke Griekse en Romeinse Goden wereldje mengde. Hier werden de methoden en technieken beschreven door Hippootje (voor zijn vrienden) toegepast…een indrukwekkende omgeving…maar haalde het voor Belinda natuurlijk niet bij een heel nest kittens die zich ook graag bij Hip laten verzorgen.

Na een roerend afscheid van Sandra en Rob laten we Kos en de bescherming van de Dodecanese eilanden achter ons om via Astipalia naar Kreta te gaan. Astipalia ligt wat eenzaam midden in de Egeïsche Zee geteisterd door de Meltemi…maar dat geeft het een bijzondere sfeer. Weinig toerisme en alleen maar jachten die hier echt willen zijn of op doorreis zijn. Wij vallen in de laatste categorie maar hebben al snel besloten hier weer terug te keren.

Bijzonder om in een arti-farti bar te zitten waar het schilderij achter de bar, van diezelfde bar is, geschilderd door de man die achter je zit met als figuranten de mensen die in de bar aanwezig zijn.

20170908_124459603_iOS

De volgende ochtend vroeg op weg voor zo’n 85 zeemijl naar de Spinalonga baai op Kreta. Nu hadden we al een paar keer gehad dat de motor spontaan uitviel. Geen enkele waarschuwing, duidelijk een elektronisch probleem. Het lijkt in de contactsleutel of de “stop” knoppen te zitten. Dus paar dagen geleden na een staking de contactsleutel doorverbonden…maar halverwege de oversteek stopte de motor er weer spontaan mee om daarna prima te starten en verder te varen…wel een beetje eng. Nu maar de stop knoppen doorverbonden. Voorlopig geen uitval meer…maar is nog moeilijk een conclusie aan te verbinden. Zou bijvoorbeeld ook nog een probleem in de automatische blusinstallatie kunnen zijn die in geval van brand de motor zelf uitzet…een boot is technisch zelden probleemloos…

Kreta komt al snel in beeld omdat het erg hoog is. Als de baai van Spinalonga zich in een dramatisch landschap opent valt het voormalige lepra eiland direct op. Moeilijk voor te stellen dat tot 1957 (!) leprozen op Kreta hier naartoe verbannen werden om nooit meer van dit eilandje af te komen. Belinda heeft direct de bestseller “The Island” van Victoria Hislop gekocht die om deze lepra kolonie draait.

Voorbij het eilandje komen we in een enorme baai en ankeren bij het dorpje Elounda. Daar komen we eerst de Ilya met Yvonne en Peter weer tegen…de Middellandse zee blijkt toch kleiner dan je denkt. Even later melden Linda en Ricardo zich op de kade. Zij zijn in de Corsa van Koutouloufari gekomen. Erg leuk Ricardo weer te zien en natuurlijk kennis te maken met Linda.

De volgende dag komen ze langs voor 2 dagen en blijven op de boot slapen…dat is tenminste wat ze ons verteld hebben dat ze in de gastenslaapkamer deden… Veel zwemmen, snorkelen, waterskiën en bijpraten. Tijdens het waterskiën eindelijk de beroemde waterschildpadden gezien. Natuurlijk ook een poging gedaan het Venetiaanse fort te bestormen en een bezoek aan het überhippe Plaka te brengen…tussen Elounda en Plaka liggen een paar zeer exclusieve resorts waar types als DiCaprio, Ronaldo en andere mensen die druk zijn met hun haar, vaak te gast zijn.

Wij huren na deze dagen een auto…nou ja, een Nissan Micra…om Kreta wat verder te verkennen. Heraklion blijkt gewoon een grote drukke stad, niet zoveel bijzonders. Dat geldt niet voor Rethymno. Erg fraai Venetiaans havenstadje. Belinda kan haar geluk niet op als ze hier zelfs een Kerstballenwinkel tegenkomt…ze staat al sinds Oostenrijk droog (op dit terrein) maar kan haar hart ophalen in een winkeltje met allerlei handgeschilderde Kerstzooi.

Dan naar Agia Galani aan de ruige Zuidkust van Kreta. Wederom een fraai dorpje waar ze bij het lokale restaurant net een zwaardvis en tonijn uit elkaar aan het halen zijn…op straat…boven de rioolput. Hier vlakbij liggen de opgravingen van Phaestos. Na Knossos het grootste Minoïsche paleis op Kreta met als groot voordeel dat het niet door toeristen overlopen is en ook niet op een belachelijke wijze gereconstrueerd. Indrukwekkend en mysterieus als je bedenkt dat deze geavanceerde beschaving al bijna 4000 jaar oud is en we er heel weinig van weten, ook niet waarom ze plotseling rond 1300 v.C. verdwenen zijn. Een theorie is dat de eruptie/ontploffing van wat nu het eiland Santorini is er iets mee te maken heeft…en dat dat mogelijk ook de legende van Atlantis gevoed heeft (Santorini is voor een groot deel onder water verdwenen).

’s Avonds waren we uitgenodigd bij Linda en Ricardo in het Appartement. Lekker zitten eten en afscheid genomen van de happy couple…tenminste toen nog wel…de volgende dag wordt Nederland geteisterd door een F10 storm en staat hun vliegtuig een paar uur aan de grond.

Wij zijn dan alweer heel druk met voor anker liggen in de baai bij 30+ graden en heel veel heel weinig doen…afgezien van wat meer speurwerk naar mogelijke oorzaken van de spontane motorstakingen.

Gezien de hoeveelheid Engelse toeristen en de sportbar op de kade waar ’s avonds o.a. Feijenoord – Manchester wordt uitgezonden is onze positie niet meer houdbaar en vertrekken we naar de marina van Agios Nikolaos. Dit is een echte “Live aboard” marina. Veel buitenlanders die hier (semi)permanent op hun boot wonen, ook in de winter. Yvonne en Peter liggen hier ook, dus een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met dat leven en de ervaringen uit de eerste hand te horen. Op naar onze eerste happy hour!

Inmiddels ook overeenkomst met de marina in Leros waar Mr.Bean2 de winter gaat doorbrengen op de kant. We willen daar eind oktober zijn. Voorlopig hebben we dus nog even tijd wat van de Cycladen te gaan ontdekken. Te beginnen met het al genoemde Santorini.

Daarover volgende week meer!

Cheers, André

 

 

In de ban van de Ring

We zijn op Kos, in Kos-stad om precies te zijn. Dat heeft een paar redenen. Zus, zwagerin en zwager Sandra en Rob zijn hier maandag aangekomen. Leuk om die weer te ontmoeten en een paar dagen samen op te trekken/varen. De andere reden is de hier allesbepalende Meltemi wind…niet gelijk afhaken want ik moet er even wat dieper op ingaan. Tussen juni en september wordt het weer in de Egeïsche zee bepaald door hogedruk boven de Balkan en een laag boven het Midden-Oosten. De lezers die tijdens Aardrijkskunde wel wakker zijn gebleven, weten nog wel dat lucht van hoog naar laag stroomt en dat een zekere Buys Ballot daar moeilijk over ging zitten doen met afwijking naar links en rechts op Noordelijk en Zuidelijk halfrond.

Aan hem hebben we dus te danken dat lucht rond de druksystemen cirkelt…en als het verschil tussen hoog en laag maar groot genoeg wordt en de afstand tussen de systemen kleiner…yep, dat gedoe met isobaren die dichter bij elkaar komen…dan krijg je dus harde wind…een soort van bonen en uien, maar dan voor Allah.

Op een windkaart ziet dat er zo uit:

Capture

Dezelfde non-snurkers herkennen hopelijk Griekenland en Turkije. Je kan goed zien dat de wind zich van Noord naar Zuid enigszins cirkelvormig door de Egeïsche Zee perst. Kos ligt rechts voor de Turkse kust. We willen via Astipalia (midden) naar Kreta. Dat betekent de beschermende ring van eilanden, die de wind en vooral de golven nogal dempen, verlaten. Deze week heeft het echter Allah behaagd om nog een uitgebreid menu van bonen en uien te nuttigen. Vrijdag zou de flatulentie wat afgenomen moeten zijn…voorlopig blijven we dus nog even op Kos…en dat is bepaald geen straf!

De mensen hier zijn in de ban van een ander natuurfenomeen: aardbevingen. Wij hebben inmiddels ook al diverse malen kleine schokjes gevoeld. De eerste keer in Bodrum toen ik dacht dat mijn stoel op een terrasje ergens vanaf gleed…maar die stond gewoon op een stenen vloer…vreemd gevoel. Later ook een keer op de boot dat alles even trilde.

Op Kos is de schade aanzienlijk. Ook de kade in de haven is in een aantal stukken uit elkaar gezakt…bizar gezicht:

Ik kan me inmiddels voorstellen dat een grote aardbeving een heel beangstigende situatie is, omdat je weinig idee hebt wat te doen. Op een boot lijk je redelijk veilig…maar de kans dat je in een haven ergens tegenaan gesmeten wordt is vrij groot. Een Oostenrijker die we met een zeilboot op Nisyros tegenkwamen lag op het moment van de grote beving in Kos marina. Zijn hele achterschip was zwaar beschadigd doordat zijn zwemplank erin gedrukt was. Verder veel schade aan masten en tuigage omdat zeilboten in een haven met de masten in elkaar slaan.

Maar even terug naar vorige week in het prachtige Symi. We zijn daar nog een paar dagen gebleven en onder andere naar de Panormitis baai aan de andere kant van het eiland gegaan. Hier is verder niets anders dan een groot klooster dat nog als zodanig in gebruik is. Op zondagen hoor je in de baai de Gregoriaanse liederen van de monniken…hebben ze ons verteld…wij waren er op vrijdag…

Van Symi gaan we naar Nisyros. Een bijzonder eiland want het hele eiland is een actieve vulkaan. Pali is het haventje waar we aanleggen…erg leuk…erg klein…erg Grieks. We leggen er aan naast de Ilya van Yvonne en Peter, een Nederlands stel dat al 7 jaar op hun zeilboot in de Med woont. Voor ons leuk en leerzaam alle ervaringen te horen…en een borrel of 2 te drinken…dat lijkt ook een belangrijk onderdeel van watersport in de Med.

Auto gehuurd en rondgetoerd op het eiland. Als eerste natuurlijk naar de actieve kraters in het midden van het eiland. We zijn vroeg dus er is nog niemand, behalve de manager die ons waarschuwt dat er net weer een actief gat bijgekomen is buiten het afgezette gedeelte\. Niet op gaan staan, of je moet het op prijs stellen dat je voet en teenslipper 1 geheel worden.

Het is een bizarre omgeving met veel gesis, damp en een verschrikkelijke rotte eieren stank van de zwavel.

Dan vereren we havenplaatsje Mandraki met een bezoek. Hier komen de ferries van Kos aan met alle “dagjesmensen” (je zal maar dagjesmens zijn)…dus heel toeristisch. Ook hier staat weer een actief klooster op een rotskaap. Ziet er fraai uit. Evenals de burcht uit de 4e eeuw voor Christus.

Het mooiste plaatsje op dit eiland is Nikia. Een wit dorpje hoog op de rand van de krater. Een weerwar van steegjes waar geen auto door past. Een kerkje met blauwe koepel hoog erboven en misschien wel het mooiste centrale pleintje dat je ooit gezien hebt.

Als je vanaf Nikia naar zee rijdt kom je bij het “jongste” gedeelte van het eiland dat is ontstaan bij de laatste grote uitbarsting. Het is een bizarre kust met heel veel zwarte lava gesteentes. Iemand heeft er een huis tussen gebouwd en leeft hier.

Na een paar dagen Nisyros gaan we naar Kos stad om Sandra en Rob op te pikken voor 2 dagen varen. Uiteindelijk komen we in het kleine Vathi baaitje op Kalimnos terecht. Erg pittoresk! De kleine kneuterigheid is een mooi contrast met de toeristische drukte van Kos. Lekker gegeten bij een lokale Taverna. Kortom 2 erg leuke en gezellige dagen in mooi gezelschap. De terugweg naar Kos stad was nog even wat heftiger met een F6 en wat hogere golven maar wel als hoogtepunt een groot aantal dolfijnen de rond de boot kwamen spelen!

In Kos stad gaan Sandra en Rob weer naar hun appartement. De komende dagen gaan we gezamenlijk nog wel wat eten en vooral drinken…ben ik bang.

Daarover en onze verdere reis via Astipalaia naar Ricardo en Linda op Kreta de volgende week meer.

Cheers, Andre

How Med can you get?

We zijn op het eiland Symi, in de haven van Galios om precies te zijn. Dat lijkt te impliceren dat er nog veel meer plaatsjes op dit eiland zijn…dat is niet zo. Het is eigenlijk een behoorlijk desolaat eiland met amper wegen en 2 plaatsjes Galios en Pedi die dicht op elkaar liggen…en het is 1 van de mooiste dorpjes die we ooit gezien hebben.

Officieel leven op dit eiland 3100 mensen, Iedereen weet dat het er ca. 4000 zijn…maar een bijzondere Griekse wet bepaalt dat eilanden met minder dan 3200 inwoners 17% BTW betalen…de rest 24%. Raadt dus eens hoeveel inwoners de meeste eilanden hier hebben…alleen Kreta lijkt meer dan 3200 inwoners te hebben…

Symi ligt tegen Turkije aan. Als je op de kaart kijkt verwacht je dat het Turks is…maar het is Grieks…en het is zo mooi omdat het Italiaans was…hoe Mediterraan kan het worden? Onder Mussolini hadden de Italianen zo hun ambities voor een Terzo Regno…in dit geval een groot Mediterraan rijk…ze waren daar 2000 jaar geleden vrij succesvol mee geweest dus waarom nu niet. Nu zijn de Italo’s kein Deutscher…en hadden ze dus weinig zin een land aan te vallen dat terugschoot…dan krijg je vlekken op je Armani. Dus je trekt Afrika eens in en tot groot genoegen lag op dat moment ook het Ottomaanse rijk behoorlijk op zijn reet…dan zijn al die eilanden “like taking candy from a baby”. Veel zuidelijke (nu Griekse) eilanden hebben tussen 1920 en einde WW2 een Italiaanse bezetting gekend…en daar knapt de boel behoorlijk van op zoals we hier zien. Het heeft veel weg van Portofino.

Wat ook volledig Med (en Mad) is, is het aanleggen. We hebben het hier over een truthaventje met geen enkele aanlegfaciliteit zoals moorings of lazy lines. Iedereen gooit dus zijn eigen anker uit. Bij voorkeur over een stuk of 3 andere ankers heen. Ons bankje op de voorkant is inmiddels een soort van theater seating. Elke ochtend is het groot feest als iedereen wil vertrekken terwijl ze niet alleen hun eigen maar ook 1 of 2 andere ankers ophalen waardoor die boten ook weer losliggen…you get the picture. Wij zijn inmiddels ook al 2 maal losgetrokken door huurbootpiloten…want er is hier bijna niemand die kan varen. Of het zijn superjachten met bemanning…waarvan je verwacht dat die het wel kunnen…maar valt soms tegen, of het zijn Gullets die overal schijt aan hebben, of het zijn huurboten die voor 80% gehuurd zijn door mensen die amper weten wat de voorkant van de boot is en bij voorkeur met het anker over de bodem slepend zoveel mogelijk afstand afleggen…je mocht eens een ankerkettinkje missen…

De man in het oranje shirt op de kade is het fenomeen “Mooring man”, staat ook op zijn shirt. Daar zijn er een paar van die met een scheidsrechterfluit de hele dag proberen orde in de chaos te scheppen…en dat iedere dag weer…en er is nog niemand die hier een business is begonnen “voor 50 euro leggen wij uw boot aan en varen hem weer weg met behoud van anker”…volgens mij doe je dan prima zaken.

Maar even terug naar Rhodos waar we vorige week net de Lamersjes in een vliegtuig hadden geduwd. Ook in Rhodos stad lig je in de mooie stadshaven zonder aanlegfaciliteiten. Deze Mandraki haven is een stuk groter dan Symi, dus wat minder ankers over elkaar. Echter hier ook huurboten die het toch voor elkaar krijgen van alles naar de kloten te helpen. De piloot van de 45 voet huurzeilboot die naast ons lag was nog niet bij de les waarin wordt uitgelegd dat niet alles vol gas hoeft. Waarschijnlijk dacht hij dat hij zijn anker van alle andere ankers kon ontdoen door zo hard mogelijk zijn plek te verlaten. Ik zat binnen in onze boot en voelde opeens dat we naar voren schoten…terwijl er toch behoorlijke touwen op de kade stonden…de “fucking asshole” (dat is de exacte titel die ik hem debiteerde) was vol gas dwars door onze ankerketting gevaren. Gelukkig weegt Beany 50ton met bijbehorende ketting en anker versus een 10ton zeilbootje…hij voer dus wat zaken bij hem aan dek kapot terwijl wij verder niets hadden…Griekse havens blijken een soort van casino waar je op elk onverwacht moment kan verliezen.

Rhodos stad is schitterend. Ik had me nooit gerealiseerd dat de “Old Town” nog zo’n beetje intact behouden is vanuit de Middeleeuwen. Heel mooi zie je binnen de enorme stadsmuren van de Knights of St.John de verschillende periodes…je moet dan wel tussen alle toeristen en koelkastmagneten door kunnen kijken. Een verademing is de “Street of the Knights”. Ze hebben de belangrijkste Middeleeuwse straat in originele staat gerestaureerd en daar zit geen enkele toeristenshop. Het Archeologische museum wat in 1 van deze panden is gehuisvest is alleen al om het gebouw de moeite waard.

En dan zit in al dat middeleeuwse moois ook nog 1 van de beste Italianen waar we ooit gegeten hebben…met ca 5 tafeltjes op een binnenplaatsje…en een poes die ook van Italiaans houdt…en de kat ook…

Van Rhodos stad gaat het naar Lindos, ook op Rhodos eiland. Dit was ooit de hoofdstad van het eiland door de prachtige natuurlijke haven. Het dorpje is beschermd. Geen auto’s, geen nieuwbouw…alleen de witte huisjes tegen de berg omhoog. Bovenop die berg het imposante kasteel van wederom de Knights of St. John. In dit geval bijzonder want in de burcht staan nog de Griekse overblijfselen van diverse tempels.

We liggen nog niet voor anker in deze baai of er komt een man in een Rib aangevaren. Hij blijkt de importeur van Selene (merk van Mr.Bean2) Middle East te zijn en totaal verrukt dat er Nederlanders in een Selene deze hele reis hebben gemaakt. Leuke vent die nog een paar goede tips kon geven voor onze verdere reis…en natuurlijk een prima contact in deze omgeving.

Lindos is voorlopig even onze meest zuidelijke bestemming. Na een paar dagen dobberen maken we een deel van de reis weer omgekeerd, maar nu aan de Griekse (eilanden) kant.  Het plan is om dat te doen tot Kefalos op Kos waar we 4 september Sandra (zus en zwagerin) en Rob gaan ontmoeten. Vanaf daar gaan we dan weer zuid om op Kreta Ricardo en Linda te ontmoeten.

Maar voorlopig zijn we op Symi…en hebben we, ondanks alle plannen tussen hier en Kos, helemaal geen zin om hier te vertrekken…dat doen we dan ook niet. Nog een paar dagen in deze poel van Turko-Greko-Italo jolijt!

Daarover en de verdere reis naar Kos, volgende week meer!

Cheers, Andre

PS: voor de liefhebber hieronder een poging tot een arti-farti collectie van een paar schitterende luiken, deuren, gevels in dit prachtige dorpje.